Een heel smal streepje licht aan de horizon in het oosten, onder de overigens zwaar bewolkte hemel, voedt onze hoop op een mooie dag.
Maar al gauw trekt het weer helemaal dicht en binnen de kortste keren lopen we in een dichte mist. We gaan steeds verder omhoog. Dat gaat heel geleidelijk over een goed pad. In een paar uur tijd bereiken we de pas waar Cruz de Ferro staat, een klein ijzeren kruis op een 5 meter hoge houten paal.
Dit is een bijzonder punt op de Camino. Pelgrims laten hier een meegebrachte steen achter en daarmee ook, symbolisch, hun lasten en problemen. Wij hadden ook beiden een steentje uit het grind thuis meegenomen. En Maarte vindt een mooi plekje voor zijn steentje. (Mijn steentje had ik in Limburg al verloren…).
Na deze pas dalen we eerst, om vervolgens door te stijgen naar het hoogste punt van onze hele reis (1554 m).
Intussen trekt de mist op. En al gauw kunnen we dan ook genieten van prachtige uitzichten. Wat is het toch heerlijk om weer in de bergen te wandelen!
Na het hoogste punt volgt er een lange lange afdaling over lastige paden met grote keien. Hier had ik me vooraf wel zorgen over gemaakt. Maar mijn heup is vandaag als nieuw!
Het dorpje Acebo is een welkome onderbreking van de afdaling.
Er liggen mooie dorpjes aan deze kant van de Montes de León. Bij het laatste dorpje van vandaag, Molinaseca, zijn we op 600m aangekomen. We lopen het dorp binnen over een oude brug.
In het dorp komen we een boze Spaanse pelgrim tegen. Beide herbergen in het dorp zijn gesloten, vertelt hij. Dat is wel heel onpraktisch; er zijn zeker 40 of 50 pelgrims op de route vandaag. Wij besluiten dan maar een hotel te nemen. Dat vind ik geen straf.
Vanuit onze hotelkamer zien we echter verschillende bekenden langslopen, richting herberg. En we zien niemand terugkomen. Intussen denken we dat het verhaal van de gesloten herbergen een fabeltje is. Om mensen in de duurdere gelegenheden in het dorp te krijgen?



