Het is droog! En er is weer zicht. Er hangen nog wel dreigende wolken, maar er valt de hele dag geen drup. Koud, maar prima wandelweer. In de ochtend lopen we door een aantal kleine dorpjes. In de laatste van deze (Villafranca Montes de Oca) stoppen we bij een bar. Ze hebben er heerlijke broodjes van de bakker met de houtoven aan de overkant. En er hangen mooie hammen om de broodjes mee te beleggen.
Na dit dorpje gaan we verder omhoog de bergen (Montes de Oca) in. Er zijn hier geen dorpjes of boerderijen meer.
We lopen door bossen (eikenbos en naaldbos).
Na een uurtje komen we bij een monument. Op deze plek zijn in 2011 dertig lichamen gevonden van mensen die hier in 1936, gedurende de Spaanse Burgeroorlog, zijn gefusilleerd.
Het pad blijft stijgen en dalen. We maken aardig wat hoogtemeters vandaag.
Ergens, midden in de bossen, worden we verrast door het “Museo de Bosque”. Iemand is hier creatief geweest met hout: totempaal-achtige beelden, en in bonte kleuren beschilderde palen. Ziet er grappig uit.
Na een uurtje of drie komen we uit bij het bergdorpje San Juan de Ortega. Veel van de wandelaars om ons heen, blijven hier overnachten. Ook het Duitse stel -Christine und Michael-, waar we afgelopen nacht de kamer mee deelden. Er is een herberg, die er van buiten mooi uitziet. En er is zelfs een parkeerplaats (weide) voor paarden/ezels. De laatste week lopen er een vader en zoon met twee ezels op onze routes. We horen van veel mensen dat ze hen tegen zijn gekomen. Wij hebben ze alleen een keer, op afstand, in een stadje zien lopen. En we zien regelmatig de ezelkeutels op het pad.
De herberg ligt vlakbij het kerkje van het dorpje.
Nadat we even gezeten hebben in het café, besluiten we dat wij nog twee dorpjes verder gaan.
Vlak na San Juan, gaan we een wildrooster over. We lopen nu in een bergweide tussen de koeien. De koeien dragen grote bellen om hun nek.
Na het eerste dorpje lopen we verder over een asfaltweg. Er staat intussen een harde wind. We worden gewoon naar Atapuerca toe geblazen. Daar is het echter veel drukker dan verwacht. Beide herbergen zijn vol. Er is ook nog een hotel. Gelukkig kunnen we daar nog net de laatste kamer krijgen. We hebben dus onverwacht weer de luxe van een eigen kamer, handdoeken en een bed met lakens. Als wij al lang en breed aan ons pelgrimsmenu zitten, komen er nog steeds mensen met rugzak binnenlopen, die vervolgens weer vertrekken. Je moet er toch niet aan denken dat je hier in het donker nog naar het volgende dorp moet doorlopen…







Wat is het toch heerlijk om iedere ochtend te beginnen met jullie verhalen. Iedere ochtend weer een tikje jaloezie. Veel plezier nog op jullie tocht !!!
Dank je. En ik gebruik nog steeds af en toe jouw Gehwol 😀