Dag 74: ZA 10 okt. Roncesvalles – Larrasoaña (28km)

Gistermiddag hadden we al bonnetjes gekocht voor het ontbijt vanochtend, in een restaurant, vlak naast het klooster. En dat hadden meer mensen gedaan. Er is een lange wachtrij. Wat een drukte!

Roncesvalles ligt op 900m. Het is er vanochtend helder en koud. We lopen de eerste uren met jas en handschoenen. Het gras is wit bevroren.

Maar het grootste verschil met Frankrijk is wel de drukte. Bij vertrek zijn er zoveel mensen; het lijkt wel een wandelmars. Boekje en richtingaanduiding zijn overbodig. Je loopt gewoon met de meute mee.

Een ander groot verschil met Frankrijk zijn de faciliteiten onderweg. Na een half uur komen we in een dorpje, waar de supermarkt al open is. Bij verschillende gelegenheden kun je er iets eten of drinken. En dat gaat de hele dag zo door. Boodschappen plannen en een dag vooruit kopen hoeft niet meer.

Na een paar uur is er een aantrekkelijk terras in de zon. Daar treffen we Nynke en Sophie weer.

We komen hen de laatste paar dagen regelmatig tegen. Nynke komt uit Friesland, en komt ook uit Nederland lopen. Sophie reist een jaar, tussen haar middelbare school en verdere studie. Ze heeft een aantal maanden op een camping in de Dordogne gewerkt en is van daar uit haar Camino begonnen.

We zitten er heerlijk in de zon, en het is gezellig.

Het volgende dorp, Zubiri ligt verder weg. We lopen nog steeds door een bergachtig gebied. De paden zijn hier heel goed. We lopen veel door bos. Af en toe schitterende uitzichten.

In Zubiri, op 22 km, moeten we beslissen of we daar overnachten, of nog een dorp verder gaan. We besluiten een broodje te eten, en verder te gaan.

In Frankrijk reserveerden we, bijna altijd, onze slaapplaatsen vooruit. In Spanje kan dat, voor de pelgrimsovernachtingen, niet. Je kunt dus onderweg bepalen of je ergens stopt of nog verder gaat.

Kwart over vier komen we in Larrasoaña aan.

We krijgen er een bed toegewezen in de gemeentelijke gîte. Er is tuin achter de gîte. Daar zitten Nynke en Sophie aan een biertje. We sluiten ons er graag bij aan. De automaat met blikjes bier is vlakbij, en opeens is het dan al zeven uur, en hebben we nog steeds niet gedoucht. Eerst maar eten. Wij gaan naar het restaurant van het dorp, voor het pelgrimsmenu. Daarna douchen en naar bed.

Dag 73: VR 9 okt. Saint-Jean-Pied-de-Port – Roncesvalles (26km)

De Pyreneeën over: 1150 meter stijgen en daarna weer 250 meter dalen. Ik was vooraf best bang voor deze etappe. Gaan we (lees Ineke) dat wel redden? Maar het was heel goed te doen! Blijkbaar hebben we de afgelopen maanden een geweldige conditie opgebouwd. Zelfs mijn oude heup is vergeten dat hij ooit problemen had.

Er hangt een vrij dichte mist in St. Jean Pied de Port bij het vertrek. Maar al vrij snel zien we de zon er doorheen komen. En opeens lopen we boven de mist. Dat levert prachtige uitzichten op. Onder ons ligt het dal nog vol met mist, en wij lopen daarboven in de zon. Het is zo mooi!

De eerste 8km stijgt de weg het snelst. We lopen rustig en gestaag omhoog. Voor we er erg in hebben zijn we al in Orison. Er is daar een refuge, met een bar. We zitten er even heerlijk op het terras, met een kop koffie.

Daarna stijgen we weer door. We komen steeds hoger. En wij niet alleen. Er lopen honderden rugzakkers; een lang lint van mensen. Wat een verschil met onze tocht door Frankrijk, waar we sommige dagen wel eens een paar andere lopers zagen. Echter vaak genoeg waren we de enigen.

Ergens zien we een kudde schapen de weg oversteken. En vaak horen we de koebellen of paardenbellen (er zijn hier ook vrijlopende paarden met een bel om de nek).

Later op de ochtend is ook de mist in de dalen achter ons verdwenen. Nog steeds zijn de uitzichten geweldig.

We passeren de Spaanse grens, aangegeven door een grote grenssteen van de provincie Navarra.

We bereiken het hoogste punt van de tocht: een pas van 1430 meter.

En daarna gaan we vrij snel, en heel erg steil omlaag. Dat is het lastigste deel van vandaag. Dat voelen de bovenbeenspieren wel! Na een kilometer gaat het rustiger omlaag. We lopen door een oud beukenbos, waar de herfst zijn intrede al heeft gemaakt.

Bijna op het einde van de route van vandaag staat een gedenksteen voor een pelgrim uit Brazilië, die hier in 2013 is omgekomen. Hij is niet de enige die op deze etappe is omgekomen; het gebeurt veel vaker.

Snel daarna zien we het indrukwekkende klooster van Roncesvalles liggen. Daar overnachten we deze keer. Er is hier een grote pelgrimsherberg, met 223 (!) bedden.

Tot een paar jaar geleden was de herberg in het oude klooster. Nu is er een perfect nieuw gebouw. De herberg wordt gerund door Nederlandse vrijwilligers. Alles is er goed geregeld. De bedden zijn verdeeld over drie verdiepingen. Er zijn steeds twee stapelbedden bij elkaar, die worden afgeschot met houten zijwanden van de rest van de zaal. Wij delen onze ruimte met twee jonge Koreanen. Per bed is er een locker, waar je je spullen afgesloten in kunt opbergen.

En je kunt hier zelfs je was afgeven, en een paar uur later droog weer ophalen.

Om zes uur is er een rondleiding door de kerk (er is een Duitse mis gaande), de kloostergangen, de Jacobuskapel, het museum en de silo. Dat laatste is de begraafplaats. Op de onderste laag liggen de gevallenen van de slag in 778. Roland -uit het Rolandslied-, commandant van Karel de Grote, is hier gevallen in zijn strijd tegen de Basken. Verder zijn er door de eeuwen heen gestorven pelgrims begraven. En het is ook de begraafplaats voor de mensen uit Roncesvalles.

Na de rondleiding gaan we naar een restaurant in de buurt, waar we het pelgrimsmenu eten.

Op zoek naar WiFi drinken we ’s avonds koffie in de bar van een hotel.

Dag 72: DO 8 okt. Ostabat – Saint-Jean-Pied-de-Port (21km)

Ik zie de sterren, als ik vanochtend vroeg naar buiten kijk. Dat betekent dus dat het helder is! Maar nadat we ontbeten en gepakt hebben hangt er alweer een aardige mist. We vertrekken dus weer met beperkt zicht.

En dat blijft de hele dag zo.

We lopen verder naar de Pyreneeën toe. Maar in vergelijking met de afgelopen dagen is de route vandaag vrij vlak. Dat komt omdat het pad naar St. Jean Pied de Port een dal volgt.

Het is hier erg groen. We komen langs een aantal dorpjes en verspreid liggen er veel boerderijen. Ook hier zijn de meeste huizen wit met donkerrode kozijnen.

Er worden veel schapen gehouden. En de koeien dragen grote bellen om hun nek, zoals in Oostenrijk.

We hebben de hele reis roofvogels gezien. Hier zien we een rode wouw.

Al vrij vroeg lopen we St. Jean Pied de Port binnen. Het is een vestingsstadje. We komen binnen via de poort van St. Jacques.

De gîte gaat pas om drie uur open. Goed moment voor een biertje. Er komen continue mensen met rugzakken de stad binnen. Moeilijk om aantallen te schatten, maar ik denk dat er wel enkele honderden zijn. Wat een verschil met de voorgaande weken, toen we vaak alleen of met slechts een paar anderen waren.Er zijn hier veel gîtes en hotels. Alleen in onze gîte zijn er vanavond al 18 gasten aan het diner. Een internationaal gezelschap: de drie Canadese vrouwen van gisteravond, een Fransman, een Tsjech, twee Ierse vrouwen, een aantal Spanjaarden, een Koreaanse priester… De sfeer hier is heel anders dan in de gîte van gisteren. Voor het eten is er een kennismakingsrondje. Door middel van een spel leren we elkaars namen. En we vertellen allemaal iets over onze achtergrond en onze redenen om de Camino te lopen. Als gevolg daarvan ontstaan er later, onder het eten, als vanzelf, allerlei persoonlijke gesprekken.

Heerlijk gegeten!

Morgen wordt de zwaarste dag van onze reis. We gaan de Pyreneeēn over…

Dag 71: WO 7 okt. Osserain – Ostabat (23km)

Volgens de krant wordt het vandaag een droge dag. 

We willen Pascal, onze gastheer een hand geven als we uit het huis vertrekken. Maar dat wil hij niet. Hij loopt altijd mee tot aan de poort, en neemt daar afscheid.

En het is dan inderdaad nog droog. Maar voor hij weer terug naar binnen is begint het al volop te regenen. In de bushalte, 50m van zijn huis, trekken wij snel onze regenkleding aan.

Het wordt vandaag een dag van jas aan, jas uit, jas aan, jas uit…..

In de loop van de ochtend lijkt het op te klaren. Er komt steeds meer blauw. Maar dat is van korte duur. Als we Saint Palais inlopen begint het weer volop te regenen.

De kleuren van de huizen zijn intussen veranderd. Veel huizen zijn hier wit met donkerrode kozijnen.

Gelukkig is er in St. Palais voldoende horeca. En om de bui te overbruggen eten we ergens een broodje. En als we weer vertrekken is het inderdaad droog. Maar dat duurt niet veel langer dan vanochtend. Binnen de kortste keren hebben we de regenspullen weer aan.

Na St. Palais volgt er een lange steile helling omhoog. Als we helemaal boven zijn, staat daar een mooie kunstwerk; en we zien ons volgende pad omhoog alweer liggen.

Er volgt een sterke afdaling. Normaal vindt mijn heup dat niet zo fijn, maar vandaag gast alles makkelijk.

En dan volgt weer een lange helling omhoog.

We klimmen vandaag in totaal 700m. Een goede oefening voor overmorgen, als we de Pyreneeën over gaan, zullen we maar zeggen.

Na de lange helling komen we weer op een top, met een schuilhutje en met mooi uitzicht. Veel van dat uitzicht ligt echter achter de wolken vandaag.

Daarna is het nog een flinke wandeling naar Ostabat. En het regent nog steeds.

Tegen vieren lopen we het dorpje binnen.

Onze gîte van vanavond heeft, behalve slaapzalen, ook twee-persoonskamers met eigen douche en wc. Dat hebben wij maar weer gekozen. Het is een privé gîte; de eigenaren leven hiervan.

We hebben er half pension. Er is een gezamenlijke ruimte, waar gegeten wordt. En bij het diner zij er opeens 21 gasten. Dat is wel even anders dan wij tot nu toe gewend zijn. Gedurende de route van vandaag zijn er drie Jacobspaden bij elkaar gekomen: vanuit le Puy, vanuit Bretagne en de onze, vanuit Vezelay. Vooral het pad vanuit le Puy wordt druk belopen. We zitten aan tafel vanavond met drie Canadese en twee Franse vrouwen; allemaal vanuit le Puy. Een van de Canadese gaat door naar Santiago, de rest loopt een deeltraject.

Voor het eten begint, en bij het dessert, komt de eigenaarschap de gîte, een Bask zingen: Baskische liederen, en pelgrimsliederen.

Meezingen en inhaken. Het is wel even wat anders dan de rustige avonden, die we tot nu toe hadden.

Terug op onze kamer, verder met het project “wasdrogen”. Het droogt slecht vandaag. Gelukkig hebben we veel kleine lampjes, en die geven allemaal warmte. Op elk lampje hangt een sok of onderbroek. Hoop dat het meeste morgenvroeg droog zal zijn.

Dag 70: DI 6 okt. Orthez – Osserain (25km)

Het is zomers warm vanochtend. We steken het riviertje ‘Gave de Pau’ over, via ‘le pont vieux’.  Het is een brug met middenin een hoge toren.

Aan de overkant ligt een mooie oude wijk van Orthez.

Er liggen vanochtend veel kleine dorpjes aan de route. Bij een van deze dorpen vinden we een mooi beeld van een pelgrim.

Het is inmiddels traditie geworden om ’s ochtends, bij de eerste rust, een pain au raisin te eten. Die mogen ook wel eens op de foto.

Het is nog steeds heuvelachtig. We klimmen, dalen, klimmen, dalen. En ook vandaag weer prachtige uitzichten. De Pyreneeën komen steeds dichterbij!

Na de middag wordt het steeds grauwer. En al gauw lopen we in de regen. Het blijft de rest van de wandeling regenen. Af en toe zitten er fikse buien tussen. In de stromende regen naderen we het stadje Sauveterre.

Een lange stenen trap brengt ons naar het centrum. We schuilen er even onder het portaal van de kerk. Maar het ziet er niet naar uit dat het snel gaat ophouden. Dus lopen we maar door. Nat zijn we toch al.

Na Sauveterre, is het nog een kilometer of drie naar Osserain. Daar slapen we vannacht bij iemand thuis. In de stromende regen komen we er aan. De serre, waar we al onze natte spullen uitdoen, heeft gelukkig een stenen vloer. We krijgen bij ontvangst een biertje van onze gastheer. Eerlijk gezegd had ik meer zin in een warm bakje koffie….

We hebben deze middag een paar uur tijd om lekker, met onze benen omhoog te zitten, en te lezen.

Om half acht gaan we aan tafel. Onze gastheer heeft een heerlijke maaltijd bereid. We eten met z’n vijven (André en Marga logeren hier ook).

Dag 69: MA 5 okt. Beyries – Orthez (18km)

Minimum 18°C, maximum 28°C, dat is een stuk warmer dan wij de afgelopen tijd gewend waren. Bij vertrek is het al zo warm dat de jas in de rugzak kan blijven. Het is klam en bewolkt. Het ziet er uit alsof het elk moment kan gaan regenen. 

We lopen Beyries uit langs het kasteel. De auto’s die daar staan zijn de foto meer waard, dan het kasteel zelf.

Het is vandaag weer een hele mooie wandeling. Omdat het heuvelachtiger is geworden, zijn er nu en dan prachtige uitzichten. We zien  voor het eerst, in de verte, de Pyreneeën liggen.

Nog een dag of vier, dan zijn we daar. We kunnen onszelf nauwelijks voorstellen, dat we al zover gelopen hebben….

Al vrij vroeg, net na de middag, komen we in Orthez aan. De sleutel van de gîte moet hier opgehaald worden bij de VVV.  Die gaat echter pas om 14:00 open. We gaan eerst maar wat eten. Om twee uur staan we weer voor de deur van de VVV. En wij niet alleen. Alle drie slaapgenoten uit de feestzaal van gisteren zijn er ook.

De gîte vandaag ligt aan een rustige binnenplaats. 

Via een wenteltrap in de toren komen we in een keurig ingericht huisje. Er is zelfs een wasmachine en een droger. Altijd fijn!

’s Middags spelen we toeristje in de stad, en doen wat boodschappen. Als we weer terugkomen zit iedereen op de binnenplaats. Het is heerlijk buitenzitten. Maarte maakt nog wat mooie detailfoto’s van het huis.

We eten ’s avonds bij de Chinees.

Dag 68: ZO 4 okt. Saint-Sever – Beyries (29km)

We hebben vanochtend geen haast om te vertrekken, want ons plan is naar Hagetmau te lopen, en dat is maar 16km. Morgen lopen we dan 28km, naar Orthez. Onze dagafstanden worden mede bepaald door de overnachtingsmogelijkheden. We kijken daarbij een dag of wat vooruit, en streven naar afstanden van ongeveer 25 km. Net voor dat we willen vertrekken komt Philippe, de beheerder van de gîte, binnenlopen. Hij raadt aan om vandaag naar Beyries door te lopen (29km), en dan morgen een korte etappe naar Orthez te doen. Volgens hem is dat beter, vanwege de zwaarte van de route. We raken aan het twijfelen, en besluiten uiteindelijk om de beslissing tot in Hagetmau uit te stellen.

Vanuit St. Sever start er vanochtend een mountainbike tour en een wandelmars. We lopen hele stukken op hun parcours; soms met ze mee, op andere plekken komen we ze tegen.

Het is deze ochtend een mooie wandeling, over rustige wegen en paden. Net na de middag komen we in Hagetmau aan. Het is een mooie plaats met verschillende voorzieningen. Best aantrekkelijk voor een overnachting. Omdat het nog zo vroeg is, en we ons nog prima voelen, besluiten we echter om het advies van Philippe te volgen, en door te lopen. We eten brood op een bankje in het centrum. En daar gaan we weer…

De route ’s middags, vinden we vrij saai; er zit een stuk van 9 km rechtdoor over een asfaltweg in. Maisvelden, hier en daar een huis. De enige verrassing zijn de reetjes, die plotseling voor ons op de weg lopen.

Het laatste stuk zijn er nog een paar fikse hellingen, omlaag en omhoog. En dan zijn we in Beyries. Beyries is een heel klein dorpje, slechts een paar straten. Het heeft wel een gemeentehuis; die zijn er in Frankrijk in alle kleine dorpen. Fusies van gemeentes, zoals in Nederland, zijn hier blijkbaar niet aan de orde.

Direct naast het gemeentehuis ligt de feestzaal van het dorp. Daar slapen we  deze nacht. Er staan 6 bedden achter in de zaal. We hebben vanavond de ruimte!

We slapen hier vanavond met z’n vijven (André & Marga plus een jong Frans meisje).

Beyries heeft geen winkels of restaurants. Maar de gîte heeft een voorraad blikken en een volle koelkast. We eten vanavond zuurkool met worst, uit blik.

De overnachting hier is weer een donativo (geef wat je er voor over hebt). En dat geldt ook voor het eten.

Dag 67: ZA 3 okt Mont-de-Marsan – Saint-Sever (21km)

We werden vannacht wakker van de harde regen en het onweer. Gelukkig is het vanochtend, als we vertrekken weer droog. Na een bezoekje aan de bakker lopen we de stad uit. Hoe verder we van de stad komen, hoe mistiger het wordt.

Pas tegen tienen weet de zon het van de mist te winnen.

We bekijken een kerk in Benquet. Even verder in het dorp is er een bar, waar we koffie drinken. Ons brood eten we, wat later, op een boomstam in de bosrand.

Het laatste stuk lopen we langs het riviertje, de Adour. Als we die, via een brug, overgestoken zijn, moeten we nog een steile helling op, en dan staan we in St. Sever.

De VVV is gesloten op zaterdagmiddag. Ik bel het nummer dat daar op de deur staat voor de gîte. Hij is in het voormalige klooster van de Jacobijnen. Het valt nog niet mee om dat te vinden. Maar na drie rondjes om de kerk en verschillende keren vragen, vinden we het dan toch.

Er is een vrijwilliger om ons te ontvangen. Er zijn nog drie andere lopers hier: André & Marga en Pierre Louis. Met de laatste delen we vannacht een van de twee slaapzalen. Hij is een Franse Bask, die vanuit Praag is komen lopen. Hij is over drie dagen weer thuis. Hij loopt gemiddeld 35km op een dag, met een maximum van 50km. Douchen en mijn blaren prikken (sinds onze lange etappe van een paar dagen geleden, heb ik er weer twee; voor het eerst sinds Limburg). En dan hebben we nog ruim tijd om wat in het dorp rond te kijken. En voor een biertje op een terras, lekker in de zon.

’s Avonds eten we in een bistro, vlak bij de gîte.

Dag 66: VR 2 okt. Roquefort – Mont-de-Marsan (27km)

Het is een grauwe ochtend, en in de namiddag hebben we een paar buien. Onze laatste regen was in Limoges, zo’n twee weken geleden. Dus dit moest een keer gebeuren.

Als we het dorp eenmaal achter ons hebben gelaten, lopen we over rustige weggetjes. De wereld is hier weer meer bewoond dan tijdens de wandeling van gisteren. Na een kilometer of negen komen we door het dorpje Bostens. De kerk daar heeft een ruimte ingericht als rustplaats voor pelgrims. Het ziet er uit als een gezellige woonkamer. Er staan bloemen, je kunt er koffie en thee maken. Het is voor ons te vroeg om te rusten. We nemen wel een tros druiven mee, van de schaal die op tafel staat. Net als we willen vertrekken komt er een oude vrouw met de sleutel van de kerk. Dus gaan we ook nog even de kerk binnen. Achterin staan heel veel beelden.  De kerk zelf is sober ingericht, en daardoor erg mooi.

Rond de middag eten we ons brood, ergens op de rand van een oude waterput. Als we weer vertrekken vallen de eerste druppels. We doen de regenhoezen maar vast om de rugzakken.

Blijkbaar is les Landes, omdat het zo dun bevolkt is, uitverkoren als oefengebied voor de Franse luchtmacht. Zowel gisteren als vandaag horen we regelmatig straaljagers overkomen. Vandaag zien we ze ook. Volgens ons zijn het Mirages.

Ergens bij een grote villa, vinden we een St. Jacobsschelp in de tuinmuur, met drinkwater.

Na het dorpje Bougue komen we weer op de voormalige spoordijk uit. Hij is hier geasfalteerd, en doet nu dienst als fietsroute. 

Mont de Marsan is een grote plaats. Als we de ringweg zijn overgestoken is het nog 5km naar het centrum. We hebben voor vanavond een hotelkamer gereserveerd (hotel du Sablar). Er is hier wel een gîte, maar we willen even een keer “normaal” overnachten.

Nadat we onze rugzakken in de hotelkamer geparkeerd hebben, lopen we eerst wat door de stad. Het centrum ligt tegen het riviertje ‘la Midouze’ aan.

Er is een prachtig mooi plein, waar het stadhuis aan ligt. Grote rijke gebouwen. Maar een straatje verder staan verwaarloosde oude huizen. We bezoeken de VVV, en drinken ergens koffie.

We eten vanavond in een bistro in het centrum.

Dag 65: DO 1 okt. Captieux – Roquefort (34km)

Onze stokken tikken al om half acht in de straten van Captieux. Vroeger kan niet, dan loop je in het donker. Omdat er weer veel kilometers gepland zijn, vertrekken we zo vroeg mogelijk. Minder dan een kilometer het dorp uit, en dan zijn we weer op de bekende voormalige spoordijk.

We gaan hem voorlopig weer 13 km volgen. Na 10 km kruisen we een grote autoweg. We komen nu in het departement les Landes.

Tijd voor de eerste rust.

Het grootste deel van de bomen langs de route zijn aangeplante pijnbomen.

Het gebied waar we doorheen lopen is dun bevolkt. Bij een paar afgelegen boerderijen verlaten we de spoordijk. Net voor 13:00 komen we voor het eerst (en voor het laatst vandaag) door een klein dorpje: Bourriot. De plaatselijke bar staat op het punt om te sluiten. We kunnen nog net een cola bestellen. De vrouw van de bar vindt het prima dat we daarbij ons brood opeten op de veranda van de gesloten bar. Een goede plek voor de lunch!

Vrij snel na dit dorp vindt het pad de voormalige spoordijk weer terug. Deze leidt ons langs het mooie kapelletje van Lugaut.

Helaas zit het dicht. Er zijn mooie oude muurschilderingen binnen; ik heb er plaatjes van gezien. Daarna is het nog een lange, lange wandeling naar Roquefort.

Nee, dit is niet Roquefort van de bekende blauwschimmel kaas; dat ligt ergens anders.

Ik ben weer aardig aan het einde van mijn Latijn, als we aankomen. Maarte doet zo’n dag fluitend, twee vingers in de neus.

Deze keer moet de sleutel van de gîte in het café worden opgehaald. We besluiten meteen dat we daar ook maar eten, vanavond.

We delen de gîte weer met André en Marga. Deze gîte heeft een wasmachine en een droger. Wat een luxe!