Dag 110: ZO 15 nov. Cée – Finisterre (16km)

Vanochtend gelukkig geen mist. Want wat zou het jammer zijn geweest, als we de prachtige uitzichten over de baai gemist zouden hebben.

Cée en Corcubión lopen naadloos in elkaar over. Het kost ons enige moeite om de juiste route de stad uit te vinden. Hier en daar missen we een teken. Als we de bebouwing achter ons hebben gelaten, klimmen we omhoog, de heuvel van de landtong op. Dan weer omlaag naar de volgende baai. We zien dan, helemaal aan de andere zijde van die baai, Finisterre al liggen. We lopen er helemaal langs de kust naar toe; soms wat hoger in de heuvels, soms op het niveau van het strand.

Al vroeg in de middag komen we in het plaatsje Finisterre aan. We laten er onze rugzakken achter in de herberg en lopen dan verder naar de vuurtoren op het verste punt van het schiereiland. Dat is nog drie kwartier lopen. En daar staat ie dan: kilometerpaal nul.

En voorbij de vuurtoren ligt dan echt het einde van de wereld.

Het is zondagmiddag, mooi weer, en druk met dagjesmensen op de kaap. Maar zowel het restaurant als de bar die er liggen zijn gesloten. Twee tenten met souvenirs zijn wel open. Maar ook daar verkopen ze niks te drinken. Snap je dat nou?

Met onze rugzakken hebben we ook ons water in de herberg achtergelaten. Na weer drie kwartier teruglopen, smaakt het biertje in het dorp dan prima.

Dan is het tijd om te douchen en een wasmachine te draaien, zodat we dinsdag met schone kleren terug kunnen vliegen.

Als we later nog even door het dorp lopen, ontmoeten we een Nederlandse vrouw van een jaar of veertig. Ze heeft de Camino del Plata, 1000km vanuit Sevilla, gelopen. Ze heeft het helemaal gehad met onze maatschappij waar, in haar ogen, alles om geld draait. En daarom wil ze intreden bij de Missiezusters in Steyl. Het lijkt ons echter niet dat haar Camino haar de rust heeft gebracht om zo’n beslissing te nemen. Ze komt erg gespannen over.

We eten vanavond in een visrestaurant; we zitten tenslotte aan de kust. Niet bepaald voor een pelgrimsprijs….